SVH1
SVH2
SVH3
SVH4
SVH5
SVH6

Waardering voor Nederland. 

 

Ons exclusieve interview gaat over een buitengewoon project en is tegelijkertijd een eerbetoon aan de Nederlandse families die op eigen kosten jaar in jaar uit Hongaarse, in kindertehuis woonachtige,kinderen opnemen in hun families. Families die klaarstaan om zonder voorwaarden achtergestelde kinderen te verwelkomen, die uit een uitzichtloze situatie komen, waarin opgroeien moeilijk is en die wonen in staatskindertehuizen en hen een bestaan te bieden. Waardering voor de Nederlandse gezinnen en het initiatief van Stichting Projecten Vrienden Hongarije. Een buitengewoon interview over een al 25 jaar lang lopend buitengewoon initiatief. 

 

Toen we in het kindertehuis van Hűvösvölgy waren maakten we onze eerdere reportage, waarin de dagelijkse strijd van de onder zorg van de staat opgroeiende kinderen naar voren kwam. De directeur van het kindertehuis, Róbert Bozsoki, wees ons erop dat er Hongaarse kinderen zijn die de kans krijgen om naar een Nederlandse familie te reizen. Naar aanleiding van dit verhaal leerden we Krisztián kennen, een 15-jarige jongen die sinds 2004 in de instelling woont. Al sinds hij negen is ontvangt dezelfde Nederlandse familie hem met open armen zodat hij als hun derde, geadopteerde zoon in hun familiekring de zomer kan doorbrengen, of juist de kerstperiode. Wat opviel tijdens het interview was dat het dit speciale initiatief lukt om deze moeilijk opgroeiende, in kindertehuizen wonende kinderen in vergelijking tot hun lotgenoten een onmeetbare openheid en West-Europese denkwijze mee te geven. En natuurlijk ook nog iets anders: de zekerheid van een gastgezin waar op hen gewacht wordt, zelfs als dat land een paar landen verwijderd is van hun eigen land. Toen hebben wij besloten dat we achter dat nog nooit eerder genoemde project aan zouden gaan, een project dat als voorbeeld van internationale menselijke hulp ons iets laat zien over een totaal beeld van een echt inclusieve samenleving. Voor ons exclusieve interview gaf de leidinggevende van Stichting Projecten Vrienden Hongarije, Detsy Meulenbelt, antwoord op onze vragen. Zij is zelf al 20 jaar moeder van een gastgezin.

- Wanneer begon het initiatief van Stichting Projecten Vrienden Hongarije om Hongaarse kinderen te helpen een vakantie in Nederland te kunnen doorbrengen bij vrijwillige Nederlandse gezinnen?

In 1989 is het eigenlijk begonnen, maar al vier jaar daarvoor steunden wij met een kleinere groep de kinderen. De stichting is zo groot geworden omdat steeds meer Nederlandse gezinnen arme kinderen de kans wilden geven op een beetje ontspanning. De sterke hulpvaardigheid is een kenmerkende eigenschap voor het Nederlandse volk. Zowel het land als het volk koesteren al lang warme gevoelens tegenover Hongarije en al vrij lang geleden, na de Tweede Wereldoorlog, kwamen er Hongaarse wezen vakantie vieren en aansterken in Nederland.

- Sinds 1988 organiseren jullie dat er Hongaarse kinderen die onder de zorg van de staat vallen uitgenodigd worden voor een Nederlandse vakantie. Waar kwam dit idee vandaan?

Verschillende Nederlandse families brachten vakanties door in Hongarije en het viel hen op hoeveel kindertehuizen er zijn in Hongarije en hoeveel van deze kinderen in armoede leven. Eerst verzamelden we spelletjes en kleding voor de tehuizen, daarna kwam het idee en hebben we bij verschillende tehuizen nagevraagd, of ze zouden willen samenwerken met de stichting. Zo is de samenwerking begonnen in 1988. Eerst zochten we stuk voor stuk contact met de kindertehuizen, maar vandaag de dag heeft de stichting al een eigen website, zo veelgevraagd is het programma.

- Wat motiveert de Nederlandse families om nu net Hongaarse kinderen uit een kindertehuis te ontvangen?

Sowieso zijn Nederlandse families erg verwelkomend. Ze melden zich aan omdat ze aan de kinderen willen laten zien hoe het leven van een echte warme, sympathieke familie is. Ze willen hun ervaringen delen en de kinderen leren over houden van en menselijkheid. Ze geven familieliefde, ze ontvangen hen, zodat deze kinderen te weten komen waar ze horen en vooral dat ze iemand zijn, dat ze belangrijk zijn. De liefde zit in je hart en niet in je bloed.

- Uit welke Hongaarse instellingen komen de kinderen precies?

De kinderen komen uit verschillende kindertehuizen: Gönc, Nyírbátor, Hajdúnánás, Berrettyóújfalu en Bicske. Rondom Budapest komen ze vanuit Pestújhely tot aan Hűvösvölgy. Sinds 2012 komen er ook kinderen van arme gezinnen uit Ópályi. De kinderen zijn tussen de 4 en 18 jaar oud, maar kinderen tussen de 10 en 12 kunnen we het makkelijkst plaatsen, want zij kunnen zich makkelijker aanpassen en kunnen een hechtere band opbouwen dan de oudere kinderen.

- Wat hebben jullie geleerd van de eerste jaren?

De eerste jaren konden we enkele Nederlandse gezinnen aanmoedigen om gastgezin te worden voor het doel. De afgelopen 20-25 jaar is er veel veranderd. De afgelopen twee decennia zijn de Hongaarse kindertehuizen ook moderner geworden, de groepen kleiner en de opvoeders beter opgeleid. De kinderen mogen sporten, leren en naar lessen voor creatieve ontwikkeling. Alleen de liefde van familie ontbreekt. Maar wat ook merkbaar is, is dat er helaas de afgelopen jaren minder subsidie is voor de tehuizen, waardoor de zorg, het sporten en het leren voor de kinderen uit de tehuizen lastiger wordt, waardoor ze in een sociaal isolement terechtkomen. Het is belangrijk dat deze kinderen op de een of andere manier zicht krijgen op iets beters in plaats van een uitzichtloos toekomstbeeld.

- Hoe zit zo’n reis er precies uit?

Eerst meldt een Nederlands gezin zich bij ons aan. Dan gaan we grondig de omstandigheden en de reden van het gastgezin willen zijn onderzoeken. Wanneer de familie heeft aangegeven in welke leeftijdscategorie ze een kind kunnen ontvangen, gaat de stichting op huisbezoek. Het verzoek sturen wij door naar de kindertehuizen. We proberen altijd de beste keuze te maken voor zowel de behoeften van het kind als die van het gastgezin. Het gastgezin betaalt de busreis van het kind. Per reis kost dit ongeveer €3000 voor de stichting, per jaar reserveren we alleen voor de reis €15.000, zodat de kinderen verzekerd zijn van hun reis en de kindertehuizen hoeven alleen nog de reisverzekering en het paspoort te regelen. Onze Nederlandse bus gaat de kinderen in Budapest ophalen en natuurlijk is er altijd een tolk aanwezig tijdens de reis met de kinderen en daarnaast nog minimaal 2 mannelijke en vrouwelijke begeleiders. De stichting zorgt voor al het eten en drinken onderweg. In Zwolle is ons vertrek- en aankomstpunt, daar komen de Nederlandse gezinnen heen om de kinderen op te halen. Tijdens de vakantie zijn de plaatselijke leden van de stichting 24 uur per dag te bereiken. De tolk neemt de ochtend na de aankomst contact op met de nieuwe kinderen en de gezinnen en tot aan het einde helpt de tolk hen. De kinderen die al vaker bij dezelfde familie zijn geweest bellen meestal per drie weken een keer naar huis, de kinderen die er voor het eerst zijn mogen altijd contact opnemen met de tolk. De terugreis vertrekt ook uit Zwolle. In 2013 was de Hongaarse Minister van Buitenlandse Zaken er ook bij tijdens het vertrek, hij steunt de stichting ook.

- Hoelang gaan de kinderen naar Nederland en hoe vaak komt het voor dat de gezinnen het voor hun al bekende kind willen terugzien?

De nieuwe kinderen komen voor maximaal 3 weken, en over het algemeen is 3 weken ook de standaard periode, want Nederlandse gezinnen hebben 3 weken vakantie. Er zijn ook kinderen die al vaker bij een bepaalde familie waren, zij worden vaak ook voor 6 weken uitgenodigd. Tijdens de kerstvakantie mogen kinderen ook 2 weken komen. Als alles goed gaat dan gaan kinderen meestal naar dezelfde families terug en ontstaat er echt een familieband. Als ze 18 jaar en volwassen zijn dan hebben ze de mogelijkheid in Nederland te blijven, hierheen te komen om te werken of te leren. In de meeste gevallen regelen ze als volwassenen zelf hun reis. Een goed voorbeeld hiervan is ons kind Dani Duchai, die als volwassene in Nederland werkt en studeert. De gastgezinnen helpen en motiveren de kinderen, dat we moeten werken en leren, en ze verzekeren hen als volwassenen van een familie op de achtergrond.

- Wat voor nieuwe mogelijkheden en ervaringen biedt een dergelijke reis aan de kinderen?

Elke familie vult de vakantie naar eigen inzicht in. Sommigen blijven thuis, anderen gaan ergens heen op vakantie of organiseren dagactiviteiten. Het gaat er niet om waar de kinderen heen gaan. Het belangrijkste is om het intieme familiegevoel over te brengen, hen te accepteren, los van waar ze vandaan komen of wat de kleur van hun huid is.

- We hebben gehoord dat veel kinderen in Nederland ook Nederlands leren. Wat is de ervaring op dit gebied?

In het begin verlopen de gesprekken altijd met handen en voeten, dit maakt de kinderen niets uit. Vandaag de dag is het makkelijk om met behulp van Google te vertalen van de ene naar de andere taal. De kinderen leren snel en meerdere kinderen spreken al goed Nederlands. En veel Nederlandse gezinnen hebben zich ingeschreven voor Hongaarse les.

- Voor hoeveel kinderen heft u tussen 1988 en nu een dergelijke reis kunnen regelen en ongeveer hoeveel reizen zijn er georganiseerd, hoeveel gezinnen hebben de Hongaarse kinderen zo’n kans gegeven?

De afgelopen 25 jaar hebben we 3000 vakanties georganiseerd, wat inhoudt dat voor 450 kinderen een vakantie in Nederland mogelijk was en nog steeds mogelijk is. Sommige kinderen kwamen tien jaar lang twee keer per jaar naar Nederland en 55% van de 450 kinderen houdt ook als zij al boven de 18 zijn nog contact met hun Nederlandse gezin. 80 kinderen zijn bij hun Nederlandse gastgezin gebleven. De uitnodigingen zijn wisselend: in de zomer varieert het getal van de kinderen die naar Nederland gaan tussen de 40 en 100, met kerst komen e tussen de 45 en 70 kinderen. Momenteel zijn er 66 actieve gastgezinnen, per jaar stappen 5-6 gezinnen uit de stichting, maar er komen altijd meer nieuwe gezinnen bij. Het lijkt erop dat er in de zomervakantie gemiddeld 66 kinderen naar Nederland komen.

- Wat wilt u bereiken in de toekomst? Gaat u het programma verder uitbreiden?

We hopen dat er elk jaar nieuwe gezinnen zich aanmelden en dat de stichting steeds meer leden zal hebben. Helaas is het voor ons ook steeds moeilijker om voor de kosten op te draaien en we hopen dat we meer sponsoren zullen hebben in de toekomst. We hebben ook hoop dat we vanuit Hongarije een bijdrage kunnen krijgen voor dit buitengewone project. Alleen al de bus en de reiskosten vormen namelijk een grote kostenpost en als we daarin steun zouden kunnen ontvangen, dan zou dat al veel betekenen. We houden ons niet alleen bezig met de vakanties voor de kinderen, maar elke winter gaat er ook een volle vrachtwagen naar de Hongaarse kinderen met gedoneerde spullen. In Hongarije wonen ook veel Nederlandse gezinnen en momenteel zouden we graag willen organiseren dat zij ook kinderen verwelkomen in de zomervakantie.

- Waarom denkt u dat een dergelijke reis zoals u die organiseert belangrijk voor een versterking van de saamhorigheid binnen de samenleving?

De stichting wil graag bereiken dat de gastgezinnen een goed voorbeeld vormen voor de kinderen. Daar leren de kinderen van en kunnen zij inzien dat zó leven beter is en leren ze hoe belangrijk een echt gezinsleven en de liefde is. Niet alleen cadeaus zijn belangrijk, of elke dag naar een pretpark gaan, maar juist samen een taart bakken en spelen. Hoe belangrijk het is om te leren, te werken en verantwoord te leven. En dat zij kunnen voelen dat ergens bij horen iets goeds is, dat iemand van ze houdt en dat zij ook belangrijk zijn.. “Ze noemen hen ‘Nederlandse mamma’s en Nederlandse pappa’s’”. Laten we nu terugkeren naar Krisztián, die 15 wordt en al sinds 2004 in het kindertehuis van Hűvösvölgy woont. Hij was op zijn negende voor het eerst in Nederland en sindsdien gaat hij elk jaar terug naar dezelfde Nederlandse familie. Ze nodigen hem in de zomer en in de winter uit, en zoals hij zelf zegt ‘hebben ze al gevraagd of hij niet bij hen wil komen wonen’. Krisztián vertelde dat hij toentertijd samen met zijn broers en zussen in het kindertehuis kwam, maar zij zijn inmiddels volwassen: ‘alleen ik ben nog hier’ – zei hij verdrietig. Hij vertelde ons ook dat hij graag bij zijn broers en zussen zou willen gaan wonen op het platteland, want ‘als ik thuis ben proberen ze me hetzelfde te geven als ik hier krijg’. Maar van zijn Nederlandse familie kreeg hij zijn zeer geliefde en eerste schoenen. Hij voegde eraan toe: ‘Het leven hier is nu niet goed. Er is geen geld, geen toekomst. Waar moet ik van gaan leven?’. Hij kan niet ontkennen dat hij het liefst alles zou geven om met zijn geliefden te zijn, maar in tegenstelling tot zijn 15 jaar ziet hij nu al in dat er dingen zijn in het leven die mensen dwingen bepaalde keuzes te maken. Maar dit zal toch niet zo’n pijnlijke keuze worden: ‘Het gezin waar ik naartoe ga in Nederland heeft twee zonen’ vertelt hij. Krisztián wordt door de Nederlandse familie ook meegenomen op hun eigen familievakanties, als hun ‘derde kind’, bijvoorbeeld naar een kerstmarkt of een reis naar Duitsland. ‘Ze vragen altijd wat ik graag zou willen doen en dan regelen ze dat we dat gaan doen. We gaan vaak naar het strand of een pretpark’. Naast het gezinsleven leert hij ook nog iets anders: de taal. ‘Zij spreken niet meer Hongaars dan ‘Szia Krisztián’. Ze willen graag dat ik Nederlands leer’ en daarom moest hij wel Nederlands leren. ‘Als ik een week bij hen ben dan begrijp ik hen en kunnen we praten. Daarna is er natuurlijk weer een pauze van een half jaar, waarin ik niet bij hen ben en dan vergeet ik weer veel van de taal’. ‘Een keer in de zomer gingen we niet naar Nederland en toen belde ze me, omdat ze me mistten. Ze zijn heel lief! – Dit gevoel geeft buitengewoon veel aan een kind meteen dergelijke moeilijke achtergrond. ‘Ze willen dat ik, als ik 18 ben, naar hen toe verhuis. Ze hebben al gevraagd of ik niet nu al zin zou hebben om bij hen te komen wonen’. Krisztián voegde daar opeens lachend aan toe: ‘Nou ja, zo ben ik dus, iemand om van te houden!’ maar ondanks het lachen is het voelbaar dat dit voor hem heel veel betekent, dat iemand hem opneemt, dat hij zich belangrijk mag voelen en mogelijkheden heeft voor de toekomst die in de huidige omstandigheden en uitzichten in Hongarije niet mogelijk zouden zijn. En natuurlijk nog iets wat onbetaalbaar is: de liefde en zekerheid van een gezin. Dániel, over wie Detsy Meulenbelt, de leidinggevende van de stichting, tijdens het interview vertelde, woont al in Nederland. De kleine bewoners van het kindertehuis in Hűvösvölgy praten verwonderd over hem. Ze praten over hem als ‘Dani die zo is veranderd’ en ‘Dani die vaak met zijn moeder een bezoek brengt aan Hongarije’. Dániel werkt in Nederland in een winkel, zette zijn opleiding ICT door en verhuisde naar Nederland. Hij kreeg een huis en een auto van de Nederlandse familie en omdat hij al sinds hij heel klein was bij de Nederlandse familie de vakantie doorbracht, behandelen ze hem als een volwaardig familielid. Integreren was in het begin niet zo makkelijk maar nu is hij al helemaal geïntegreerd in de Nederlandse samenleving en met de steun van de familie op de achtergrond leeft hij zijn leven. Niet in de laatste plaats met een positief beeld van de toekomst. Het gastgezin van een Hongaars kind dat in een ander kindertehuis opgroeit, heeft een huis gekocht in Inárcs, zodat zij een zekere toekomst kunnen verzekeren voor hun geliefde nieuwe kind. Wat kan een mens nog meer zeggen na dit alles dan: alle waardering voor de Nederlandse gezinnen en hun vrijgevige steun!

Kata Hank  (artikel uit magyar újságírók lapja)